Duurzaamheid

IMO-akkoord over terugdringen CO2-uitstoot

De IMO is het eerste VN-agentschap dat voor een mondiaal opererende sector concrete klimaatmaatregelen heeft afgesproken. Het principeakkoord werd door een meerderheid van de 175 IMO-lidstaten aangenomen, maar kreeg ook veel kritiek.

Het principeakkoord, dat vrijdag door een meerderheid van de 175 IMO-lidstaten werd aangenomen in de milieucommissie van de VN-organisatie, bevat een tweetal maatregelen. Behalve kale beprijzing van broeikasgassen, introduceert het akkoord ook carbon credits, die reders onderling kunnen verhandelen en over hun vloot kunnen middelen.

De goedgekeurde tekst stelt geleidelijk strengere eisen aan de brandstofintensiteit van schepen, te beginnen in 2028 met een initiële basisdoelstelling van 4% en een hogere ‘direct nalevingsdoelstelling’ van 17%.
Deze zouden jaar na jaar toenemen tot een ‘basis’-doelstelling van 30% en een directe nalevingsdoelstelling van 43% in 2035.

Schepen die daar niet aan voldoen zouden voor hun emissies moeten betalen op basis van een gedifferentieerd systeem. De prijs voor emissies boven de minimale ‘basisdoelstelling’, bekend als ’tier 2′, zou worden vastgesteld op 380 dollar per ton CO2-equivalent, met de mogelijkheid om nalevingsoverschotten te sparen of te bundelen.
Deze prijs zou 100 dollar per ton bedragen voor schepen in de zogenaamde ‘Tier 1’, wat betekent dat ze voldoen aan de basisdoelstelling, maar dat hun uitstoot hoger is dan de directe nalevingsdoelstelling.

Het voorstel voorziet ook in de oprichting van een IMO Net-Zero Fund voor de herverdeling van de inkomsten uit het prijsmechanisme. Die fondsen worden weer benut om het gebruik van nul- of netto-nulbrandstoffen (ZNZ) te belonen.

Verhitte debatten

Het besluit volgt op discussies en verhitte debatten waarin de IMO-lidstaten van 7-11 april verwikkeld waren. Het hoofdthema van de discussies was de voorgenomen koolstofheffing. Sommige landen, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten, waren daar sterk tegen gekant, terwijl kleine eilandstaten in de Stille Oceaan juiste enorme voorstanders waren. De Verenigde Staten woonden de besprekingen van deze week niet eens bij, maar stuurden een brief waarin ze zich verzetten tegen de maatregel en dreigen met vergeldingsmaatregelen tegen eventuele boetes.

Kritiek van T&E

Transport & Environment (T&E), een onafhankelijke Europese milieu-ngo die zich richt op duurzaam transportbeleid, heeft ook nogal wat kritiek op het akkoord, maar om heel andere redenen. T&E wordt gezien als een van de belangrijkste waakhonden voor transportemissies in Europa en opponeert vaak tegen traditionele maritieme lobby’s.

Shiptron

Windassist sponsor

Bijna 90% van de klimaatvervuiling van de scheepvaart zal ontsnappen aan sancties onder het net-zero kader van de IMO (T&E)

Hoewel het akkoord emissiereductiedoelstellingen en boetes introduceert, stelt T&E dat deze maatregelen veel te kort schieten. Zo zal bijna 90% van de overtollige emissies worden vrijgesteld van koolstofboetes, wat de impact van het systeem enorm beperkt. T&E schat dat het raamwerk tot 2035 ongeveer $10 miljard per jaar aan inkomsten kan genereren, maar waarschuwt dat de werkelijke impact sterk zal afhangen van de toekomstige oprichting en werking van een IMO Net-Zero Fund, dat vertraging kan oplopen.

Biobrandstof

T&E waarschuwt ook dat zwakke duurzaamheidscriteria kunnen leiden tot een toename in het gebruik van goedkope biobrandstoffen met een hoog risico, zoals palm- en sojaolie. Volgens hen kan dit leiden tot een piek in de uitstoot – mogelijk 270 miljoen ton CO₂-equivalent extra in 2030 – als er geen voorzorgsmaatregelen worden genomen. Ze stellen dat zonder beleidszekerheid op lange termijn en sterkere milieubescherming, het IMO-raamwerk zijn eigen doelstellingen voor het koolstofarm maken van de economie dreigt te ondermijnen.

Sterke tegenstem

Naast T&E heeft ook Seas At Risk haar bezorgdheid geuit. De voorgestelde heffing, die naar verwachting ongeveer $10 miljard per jaar zal opleveren, is niet genoeg, aldus de NGO.
‘De uitkomst van deze week gaat zelfs voorbij aan de baseline van de IMO, waardoor de doelstelling voor 2030 om koolstofarm te worden in het water valt, met mogelijk desastreuze langetermijngevolgen voor mensen en de planeet. De EU mag dan zijn afgedreven naar de hoek van de lage ambities, maar dat heeft wel gedurfde stemmen opgeleverd: de opkomst van een sterke, verenigde stem van landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan laat zien dat het mondiale zuiden niet zal wachten tot het noorden orde op zaken stelt,’ aldus Anaïs Rios, beleidsmedewerker van Seas At Risk.

Delaine McCullough, voorzitter van de Clean Shipping Coalition, schaarde zich in het koor van criticasters: ‘Deze week hebben de IMO-lidstaten een gouden kans laten liggen voor de mondiale scheepvaartsector om de wereld te laten zien hoe ze het tij kunnen keren voor een catastrofale opwarming van het klimaat, door hun eigen doelstellingen – het elimineren van de broeikasgasemissies van de sector zonder landen achter te laten – buiten bereik te brengen.’

Bronnen: IMO, Safety4Sea, Bunkerspot, CSC, MCST, Seas at Risk en Schuttevaer (alleen voor abonnees).
Kopfoto: IMO.

Windassist sponsor